U bevindt zich hier: Oefeningen Rond spelling  
 OEFENINGEN
Rond spraakkunst
Rond spelling
Rond taalgebruik

OEFENING 24

Thema: Komma en samenstelligen

Belangrijk:
Indien een oefening niet functioneert, gelieve dan Javascript toe te laten in de opties van uw brownser.

Onderwerp:

Het gebruik van komma's en het vormen van samenstelling


Moeilijkheidsgraad:

Laag




 
Hoe de oefening uitvoeren?
Hulpmiddelen
Oefening



Hoe de oefening uitvoeren?

Er wordt een tekst weergegeven uit het regelmatige nieuwblad van Duden rond het gebruik van de Duitse taal

In deze tekst zijn moedwillig 16 fouten tegen deze spelling ingebouwd:
12 fouten tegen de regels voor komma's.
4 fouten tegen de regels voor samenstellingen.

Deze tekst is herhaald in een vak, waar u de 16 fouten kan opsporen en verbeteren. Daarna kan u daaronder de foutloze tekst ter controle raadplegen.
Het kan zijn, dat uw browser de tekst in dit vakje op heel wat plaatsen zal aanduiden als foutief tegenover de Nederlandstalige spellingscontrole in die browser. Gelieve u daar niet aan te storen, gezien het hier handelt om een Duitstalige tekst...

Ter info rond de tekst:
Het bericht van Duden handelt over het gebruik van voornaamwoordelijke bijwoorden of de vervanging ervan door een voorzetsel en een relatief voornaamwoord. Zo bekomt u een dubbel voordeel bij deze oefening: spellingsoefening en taalgebruiksinformatie...


Hulpmiddelen

Gebruik van komma's, deel 1
Gebruik van komma's, deel 2
Gebruik van komma's, deel 3
Gebruik van samenstellingen


Oefening

Die Kombination von Präposition und Relativpronomen bevorzugt man in Relativsätzen mit denen man sich auf Personen bezieht: "Diese Reisbauern waren hartarbeitende Menschen mit denen man herrlich feiern konnte."

Aber auch wenn es um Tiere Sachen oder Begriffe geht wird meist eben diese Kombination verwendet: "Diese Uarus von denen (selten: wovon) nur ganz wenige nach Europa gelangen sind ausgesprochen schöne Fische." "Eine dunkle Ahnung mit der die eigentlich recht coole Anlageberaterin nie zurecht gekommen war beeinflusste ihr halbes Leben."

Bezieht man sich jedoch auf ein unbestimmtes Pronomen oder Zahlwort im Neutrum wird häufig das Pronominaladverb vor gezogen: "... wenn alles relativ wäre gäbe es nichts wozu / (zu dem) es relativ sein könnte". "Mir schwant vieles worum / (um das) ich dich beneiden könnte."




 

Oplossing van de oefening