U bevindt zich hier: Oefeningen Rond spraakkunst  
 OEFENINGEN
Rond spraakkunst
Rond spelling
Rond taalgebruik

OEFENING 16

Thema: Verbuiging

Belangrijk:
Indien een oefening niet functioneert, gelieve dan Javascript toe te laten in de opties van uw brownser.

Onderwerp:

Verbuiging lidwoorden
Verbuiging voornaamwoorden
Verbuiging adjectieven

Aanvullend:

Meervoud substantieven
Naamval zinsdelen afhankelijk van werkwoord


Moeilijkheidsgraad:

Laag




 
Hoe de oefening uitvoeren?
Hulpmiddelen
Oefening



Hoe de oefening uitvoeren?

De functionaliteit van het voorbeeld hieronder is uitgeschakeld.
Gelieve aan de hand van het voorbeeld de werking uit te testen in de oefening zelf.
 
Te verwerken tekstvakjes:
 

Verwijder het vraagteken en de haakjes errond en pas het gegeven aan.
Klik dan met de muis ergens buiten het tekstvakje.
 
 
Onmiddellijk zal aangegeven worden of het resultaat goed (o.k) of fout is:
 

 

 
Indien het resultaat fout is, kan u ofwel corrigeren door opnieuw in het tekstvakje te klikken en aan te passen, ofwel hulp inroepen.
 
 
Opmerking:
 

 
Soms kan na het vraagteken een bijkomend inlichting tussen haakjes staan.
Bijvoorbeeld: (mv) wijst op 'meervoudsvorm'.
Gelieve ook deze inlichting te verwijderen bij het verwerken van het gegeven.




Hulpmiddelen

Volgende hulpmiddelen staan ter beschikking:
 

 
Hulp wordt steeds aangegeven 'achter' het woord, dat invloed heeft op de verbuiging van ergens een voorafgaand tekstvakje, en niet achter het tekstvakje zelf.
Dit kan zijn:
achter een voorzetsel
achter een substantief (zelfstandig naamwoord)
achter een werkwoord dat bepalend is voor de naamval van een zinsdeel.
 
Klik op dit symbool om een afzonderlijk venster met hulp te openen.
 
Voor substantieven wordt steeds een venster geopend,
waar u de verbuiging, geslacht en meervoudsvorm kan vinden
voor het laatste deel van het substantief.
Bijvoorbeeld: "Abguss" : zoek in het geopend venster naar het woord "Guss".
 

 
Dit symbool geeft bij aanklikken een venster met de verbuigingsvormen en bijkomende informatie voor het aan te passen voornaamwoord of adjectief, dat in een tekstvakje onmiddellijk aan dit symbool voorafgaat.

Indien bij het weergeven een umlaut of een nodig is, dan kan u deze vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.


Oefening

[De tekst van de oefening komt uit de roman "Die Steinflut", Franz Hohler, dtv uitgeverij, ISBN 3-423-12735-x.
Het verhaal voorafgaand aan de tekst in de oefening gaat over Katharina, een zevenjarig meisje, dat in Zwitserland leeft in het jaar 1881. Haar ouders hebben reeds meerdere kinderen, haast om de vier jaar eentje. De jongste is haar broertje Kaspar, vier jaar oud. Wanneer haar moeder gaat bevallen van een volgende, wordt Katharina samen met Kaspar naar de grootmoeder hogerop in de bergen verwezen. Tijdens de tekst in de oefening zijn de kinderen onderweg over een stijl pad.]

Kurz vor Heustapel blieb Kaspar stehen. "Muss brünzeln", sagte er.
Katharina seufzte. "Warum nicht schon zuhause?" fragte sie, aber Bruder schüttelte in Not den Kopf, und so half sie , die Pelerine hochzuziehen und den Hosenschlitz aufzuknöpfen, und sie hatte noch nicht zurückgezogen, da schoss schon ein gelber Strahl aus Kaspars Schwänzchen und traf ihre Fingerspitzen.
"Sauniggel!" rief sie und wischte sich empört ihre Hände im nassen Gras ab, "gib doch acht!"
Wie lästig so ein Brüderchen sein konnte. Und nun sollte noch eins dazukommen, oder ein Schwesterchen. Hoffentlich musste sie mit dem nicht in die "Bleigen", in vier Jahren, wenn das käme. Dann würden sie Kaspar schicken, dachte Katharina grimmig, der wäre dann vier und vier gibt acht, das wäre ein Jahr älter als sie jetzt. Der Gedanke, dass der Kleine einmal älter werden könnte als sie selbst, ärgerte , auch als sie sich sagte, dann bin ich sieben und vier gibt elf. Was brauchte der älter zu werden als sie.
"Fertig?" fragte sie , als er immer noch dastand, sein Schwänzchen in , ohne dass etwas herauskam.
Kaspar nickte und packte es wieder in Hosen , Katharina machte die Knöpfe zu und wischte sich dann die Hände nochmals im Gras ab.
"Das nächste Mal sagst du's früher", tadelte sie , und Kaspar nickte, als wäre er ganz woanders. Erst als Katharina Emahnung noch ein unüberhörbares "Sauniggel!" folgen ließ, murmelde er: "Bin kein Sauniggel."
"Doch", gab Katharina zurück, "du hast mir über gebrünzelt."
"Nein", sagte Kaspar.
Das war der Gipfel. Der stritt einfach ab, was soeben passiert war. Katharina nahm seine rechte Hand, drehte sie um und schlug eins drauf. So machte es Lehrer Wyss, aber mit einem Haselstecken oder einem Lineal.
Kaspar heulte auf. "Nicht hauen!" rief er.
"Nicht lügen", sagte sie, "wenn du lügst, hau ich halt."
Kaspar blieb steckköpfig. "Hab nur ins Gras gebrünzelt", behauptete er.
Erbarmungslos nahm Katharina auch seine linke Hand und schlug eins drauf, heftiger als das erste Mal.
Da drehte sich Kaspar einfach um und begann den Weg hinunterzurennen, den sie soeben heraufgekommen waren.
Aufgebracht lief Katharina hinterher. Zwischen zwei Mäuerchen holte sie ihn ein, packte ihn an der Kapuze, er warf den Kopf zur Seite, sie ließ nicht los, stolperte, stürzte zu Bodem, und Kaspar mit ihr.
Beide waren so erschrocken, dass weinte.
Stumm rappelten sie sich hoch, und erst als Kaspar seine Schwester anschaute, begann er zu schreien.
"Blödian", zischte sie, "dummer Blödian, du!"
Aber Kaspar zeigte auf Gesicht und stammelte: "Kommt Blut!"




 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).