U bevindt zich hier: Oefeningen Rond spraakkunst  
 OEFENINGEN
Rond spraakkunst
Rond spelling
Rond taalgebruik

OEFENING 36

Thema: Sterke werkwoorden

Belangrijk:
Indien een oefening niet functioneert, gelieve dan Javascript toe te laten in de opties van uw browser.

Onderwerp:

Vervoeging sterke werkwoorden


Moeilijkheidsgraad:

Hoog




 
Hoe de oefening uitvoeren?
Hulpmiddelen
Oefening A
Oefening B
Oefening C



Hoe de oefening uitvoeren?

Aard van de oefening:

In elke van de onderstaande oefeningen wordt ofwel de onvoltooid tegenwoordige tijd gegeven van een werkwoord, ofwel de infinitiefvorm.
Vervang deze door de gevraagde vervoeging.

Werkmethode van de oefening:

In oefening A wordt telkens onder de opgavezin een tekstvak voorzien, waarin de zin herhaald wordt en u de gevraagde vervoeging kan doorvoeren.
Na deze correctie kan u het resultaat vergelijken door op de bijgevoegde toets "Check" te klikken. De juiste correctie zal weergegeven worden.

Voor de oefeningen B en C geldt het volgende:

De functionaliteit van het voorbeeld hieronder is uitgeschakeld.
Gelieve aan de hand van het voorbeeld de werking uit te testen in de oefeningen B of C zelf.

In de beschikbare tekstvakjes kan u de gevraagde vervoeging inbrengen.

Indien u met de muis ergens buiten het tekstvakje klikt, zal onmiddellijk aangegeven worden of het resultaat goed (o.k) of fout is. Bij het voorbeeld hier gaat het om een lidwoord, maar hetzelfde geldt voor de inbreng van vervoegingen.





Indien het resultaat fout is, kan u ofwel corrigeren door opnieuw in het tekstvakje te klikken en aan te passen, ofwel hulp inroepen.




Hulpmiddelen

Volgende hulpmiddelen staan ter beschikking:
 

 
Klik op dit symbool om een afzonderlijk venster met specifieke hulp voor de vervoeging van het betrokken werkwoord te openen.




Oefening A

Vervang de onvoltooid tegenwoordige tijd in onderstaande zinnen met de voltooid tegenwoordige tijd.
Bijvoorbeeld: "Ich hoffe -> ich habe gehofft".
 

Er bleibt noch eine Weile.


Es brennt im Dorf.


Dieser Bauer drescht sein Getreide nicht.


Diese Pflanze gedieht nicht so recht.


Dort liegt dein Buch.





Oefening B

Vervang de onvoltooid tegenwoordige tijd in onderstaande zinnen met de onvoltooid verleden tijd.
Bijvoorbeeld: "Ich ruffe -> ich rief".
 

Er immer seinen Hut vor ihm.

Sie gern um einen Mann.

Ihr eure Freunde gern mit Schnee, nicht?

Ihm die Nase.

Wir schon lange auf Abhilfe.




Oefening C

Vervang de infinitief in onderstaande zinnen met de imperatief enkelvoud.
Bijvoorbeeld: "(Gehen) -> Geh".
 
Raad: Verwijder alle haakjes en begin de schrijfwijze van de imperatief met een hoofdletter, gezien daarmee de zin begint.
 

doch nicht!

sie, wie sie ist!

noch einen!




 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).