U bevindt zich hier: Oefeningen Rond spraakkunst  
 OEFENINGEN
Rond spraakkunst
Rond spelling
Rond taalgebruik

OEFENING 7

Thema: Vervoeging allerlei werkwoorden

Belangrijk:
Indien een oefening niet functioneert, gelieve dan Javascript toe te laten in de opties van uw browser.

Onderwerp:

Vervoeging zwakke en sterke werkwoorden


Moeilijkheidsgraad:

Hoog




 
Hoe de oefening uitvoeren?
Hulpmiddelen
Oefening A
Oefening B



Hoe de oefening uitvoeren?

Werkmethode van de oefening:

In oefening A zijn telkens twee tekstvakjes voorzien: een vakje voor het hulpwerkwoord, en een vakje voor het voltooid deelwoord. In oefening B is slechts één vakje voorzien voor het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Vervang of breng de juiste oplossing in elk vakje.

Hoe werkt de oefening?

De functionaliteit van het voorbeeld hieronder is uitgeschakeld.
Gelieve aan de hand van het voorbeeld de werking uit te testen in de oefeningen B of C zelf.

In de beschikbare tekstvakjes kan u de gevraagde vervoeging inbrengen.

Indien u met de muis ergens buiten het tekstvakje klikt, zal onmiddellijk aangegeven worden of het resultaat goed (o.k) of fout is. Bij het voorbeeld hier gaat het om een lidwoord, maar hetzelfde geldt voor de inbreng van vervoegingen.





Indien het resultaat fout is, kan u ofwel corrigeren door opnieuw in het tekstvakje te klikken en aan te passen, ofwel hulp inroepen.




Hulpmiddelen

Volgende hulpmiddelen staan ter beschikking:
 

 
Klik op dit symbool om een afzonderlijk venster met specifieke hulp voor de vervoeging van het betrokken werkwoord te openen.

Indien bij het weergeven een umlaut of een nodig is, dan kan u deze vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.


Oefening A

Zet de zwakke of sterke werkwoorden in onderstaande zinnen in de voltooid tegenwoordige tijd.
Bijvoorbeeld: "ich habe gehofft".
Bij het gebruik van "Sie" wordt steeds de tweede persoon enkelvoud bedoeld.
Let ook op de juiste keuze van het hulpwerkwoord en de constructie van het voltooid deelwoord. Soms wordt zelfs een voltooid deelwoord vervangen door een infinitief in bijvoorbeeld "Ich habe ihm laufen helfen".
 

Er den Aufstand entstehen .

Sie [enkelvoud] ihren Sohn seine Hausaufgaben machen .

Wir die Zugvögel fliegen .

Er ihm ein Tuch um die Augen .

Sie [enkelvoud] stundenlang .

Er die 100 M .

Sie [enkelvoud] am Montag .




Oefening B

Zet de sterke werkwoorden in onderstaande zinnen in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Bijvoorbeeld: "ich hebe".
Bij het gebruik van "Sie" wordt steeds de tweede persoon enkelvoud bedoeld.
 

Er ihm immer.

Du allzu viel Fisch.

Sie wie verrückt.

Er das wohl.

Du so lustig?

Du das wohl.

Er zuviel.




 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).