U bevindt zich hier: Oefeningen Rond taalgebruik  
 OEFENINGEN
Rond spraakkunst
Rond spelling
Rond taalgebruik

OEFENING 25

Thema: keuze van het juiste voorzetsel'

Belangrijk:
Indien een oefening niet functioneert, gelieve dan Javascript toe te laten in de opties van uw browser.

Onderwerp:

Vertaling van het Nederlandse voorzetsel 'naar'.


Moeilijkheidsgraad:

Tamelijk hoog


 
Hoe de oefening uitvoeren?
Hulpmiddelen
Oefening



Hoe de oefening uitvoeren?

De functionaliteit van het voorbeeld hieronder is uitgeschakeld.
Gelieve aan de hand van het voorbeeld de werking uit te testen in de oefening zelf.
 
Te verwerken tekstvakjes:
 

Verwijder het vraagteken en de haakjes er rond en pas het gegeven aan.
Klik dan met de muis ergens buiten het tekstvakje.
 
 
Onmiddellijk zal aangegeven worden of het resultaat goed (o.k) of fout is:
 

 

 
Indien het resultaat fout is, kan u ofwel corrigeren door opnieuw in het tekstvakje te klikken en aan te passen, ofwel hulp inroepen.
 
 
Opmerking:
 

 
Soms kan na het vraagteken een bijkomend inlichting tussen haakjes staan.
Bijvoorbeeld: (mv) wijst op 'meervoudsvorm'.
Gelieve ook deze inlichting te verwijderen bij het verwerken van het gegeven.




Hulpmiddel

Volgende hulpmiddelen staan ter beschikking:
 

 
Hulp wordt steeds aangegeven 'achter' het vakje voor het te kiezen voorzetsel
 
Klik op dit symbool om een afzonderlijk venster met hulp te openen.
 
 

 
Dit symbool geeft hulp omtrent het geslacht van een substantief.
 
 

 

Dit symbool geeft bij aanklikken een venster met de verbuigingsvormen van het te gebruiken voornaamwoord.

Indien bij het weergeven een umlaut of een nodig is, dan kan u deze vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.


Oefening

[Vul in de lege vakjes het juiste voorzetsel in, en pas de andere vakjes aan.]

[Vandaag rijden we naar de zee.] Heute fahren wir See .

[Ik loop snel even naar de bank.] Ich laufe schnell mal Bank .

[Ga je ook naar haar?] Gehst du auch .

[Zij vliegt morgen naar het eiland Mallorca.] Sie fliegt morgen Insel Mallorca .

[Ik zou graag eens naar Frankrijk reizen.] Ich möchte gern mal Frankreich fahren .

[Naar de USA vliegen, dat zou wat zijn! Alhoewel...] (Let op de hoofdletter voor het voorzetsel!) USA fliegen, das wär's! Na ja.. .

[Rijden we even naar de stad Keulen?] Fahren wir mal Stadt Köln?

[Neen, ik zou liever naar Aken rijden.] Nein, ich möchte eher Aachen fahren .

[Zij werd naar het ziekenhuis gebracht.] Sie wurde Krankenhaus eingeliefert.




 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).