U bevindt zich hier: Spelling Leestekens Aanhalingstekens  
 LEESTEKENS
Aanhalingstekens ("")
Aanvullingsteken (-)
Apostrof (')
Beletselteken (...)
Dubbelpunt (:)
Gedachtestreep (-)
Haakje (())
Komma (,)
Koppelteken (-)
Punt (.)
Puntkomma (;)
Schuine streep (/)
Uitroepteken (!)
Vraagteken (?)
 SPELLING
Eszet of dubbele s
Hoofdletter
Samenstellingen
Leestekens
Woordscheiding
Telefoonalfabet

AANHALINGSTEKENS
 

Met aanhalingstekens (die Anführungszeichen) wordt iets woordelijk weergegeven zoals bijvoorbeeld een uitspraak of een citaat. Bijzondere aandacht vragen de leestekens zoals een punt, vraagteken of uitroepteken op het einde van de globale begeleidende zin.

 

 

1. Elke uitspraakzin of citaat tussen aanhalingstekens behoudt zijn leestekens, behalve wanneer de uitspraakzin of het citaat afgesloten was met een punt en die uitspraak of dat citaat in het begin of in het midden van een globale begeleidende zin staat. Indien echter de uitspraak of het citaat op het einde van de globale begeleidende zin staat, behoudt die uitspraak of dat citaat wel het eventuele punt.

Elke begeleidende zin wordt van de uitspraak of het citaat gescheiden door een komma.

De globale begeleidende zin behoudt een eventueel afsluitend vraagteken of uitroepteken, ook al sluit de uitspraak of het citaat op zich op het einde van de globale zin met een vraagteken of uitroepteken (dat betekent mogelijk twee uitroep- of vraagtekens na elkaar met hoogstens een aanhalingsteken ertussen)!

De globale begeleidende zin wordt niet met een leesteken afgesloten indien de uitspraak of het citaat op het einde ervan afgesloten is met een punt.

Voorbeelden van dit alles:

"Ich komme morgen", versicherte sie.
Sie sagte: "Ich komme gleich wieder", und holte die Unterlagen.
"Komm bitte", sagte er, "morgen früh, wenn möglich."
Die Bahn erklärte: "Wir haben die feste Absicht, die Strecke stillzulegen."
Sie versicherte: "Ich komme morgen!"
Sie hörte ihn fragen: "Kommst du morgen?"
Fragtest du: "Wann beginnt der Film?"?
Sag ihm: "Ich habe keine Zeit!"!
Hast du gesagt: "Ich kann das auf keinen Fall akzeptieren"?
Du solltest ihm sagen: "Ich kann das auf keinen Fall akzeptieren"!

 

2. Titels van bijvoorbeeld boeken of hoofdstukken, spreekwoorden of uitingen, woorden waarover men een verklaring wil afleggen, alsook woorden of woordgroepen waarover men zich in de zin gevoelsmatig wil uiten, kunnen eveneens tussen aanhalingstekens staan.

Indien dergelijke elementen op zich eindigen met een vraagteken of uitroepteken, en daarbij op het einde van de globale zin staan, wordt die globale zin toch afgesloten met om het even welk leesteken, in dit geval ook met een punt, in tegenstelling tot hierboven. Voorbeelden:

Sie las den Artikel "Staatliche Schulen testen Einheitskleidung" im "Spiegel".
Kennst du den Roman "Wo warst du, Adam?"?
Sie liest Heinrich Bölls Roman "Wo warst du, Adam?".
Mich nervt sein dauerndes "Ich kann nicht mehr!".
Sein kritisches "Der Wein schmeckt nach Essig" ärgerte den Kellner.
Das Sprichwort "Eile mit Weile" hört man oft.
Das Wort "fälisch" ist gebildet in Anlehnung an West"falen".
Er bekam wieder einmal seine "Grippe".
Sie sprang diesmal "nur" 6,60 Meter.

 

3. Als in een zin tussen aanhalingstekens op zich weer aanhalingstekens noodzakelijk zijn, dan gebruikt men de vereenvoudigde aanhalingstekens ('). Voorbeelden:

Die Zeitung schrieb: "Die Bahn hat bereits im Frühjahr erklärt: 'Wir haben die feste Absicht, die Strecke stillzulegen', und gestern noch einmal bestätigt."
Er sagte: "Das war ein Satz aus Bölls 'Wo warst du, Adam?', den viele nicht kennen."

 

 

 

 

Alle gegevens baseren zich op het Duits spellingsbesluit van maart 2006, in voege getreden in augustus 2006. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).