U bevindt zich hier: Spelling Leestekens Komma  
 LEESTEKENS
Aanhalingstekens ("")
Aanvullingsteken (-)
Apostrof (')
Beletselteken (...)
Dubbelpunt (:)
Gedachtestreep (-)
Haakje (())
Komma (,)
Koppelteken (-)
Punt (.)
Puntkomma (;)
Schuine streep (/)
Uitroepteken (!)
Vraagteken (?)
 SPELLING
Eszet of dubbele s
Hoofdletter
Samenstellingen
Leestekens
Woordscheiding
Telefoonalfabet

KOMMA
 

Een komma (das Komma) wordt in zinnen gebruikt om delen van elkaar te scheiden. Daartoe bestaan vaste regels...

 

Zinsdelen of woorden van gelijke rang
Zelfstandige zinnen in één geheel
Ondergeschikte zinnen
Infinitiefzinnen
Verklarend toevoegsels of aanhangsels
Aanspreekvormen, uitroepen, uitdrukkingen van stellingname

 

 

 

Zinsdelen of woorden van gelijke rang

1. Zinsdelen, woordgroepen of woorden van gelijke rang worden door een kamma van elkaar gescheiden. Deze zinsdelen, woordgroepen of woorden kunnen voorafgegaan worden door voegwoorden zoals "aber, doch, sondern, jedoch, einersiets..anderseits, teils...teils, enzovoort", maar indien er voegwoorden voorkomen die vermeld zijn in de punt 3 hier net onder, dan gelden uitzonderingen. Voorbeelden met komma:

Im Hausflur war es still, ich drückte erwartungsvoll auf die Klingel.
Er dachte angestrengt nach, aber ihr Name fiel ihm nicht ein.
Ich wollte ihm helfen, doch er ließ es nicht zu.
Er fährt nicht mit dem Auto, sondern mit dem Zug.
Einerseits ist er klug, andererseits faul.
Der März war teils freundlich, teils regnerisch, aber im Ganzen zu kalt.
Völlig erschöpft, hungrig und frierend, vom Regen durchnässt kamen sie nach Hause.

 

2.Opmerking: adjectieven van gelijke of ongelijke rang: indien twee adjectieven van ongelijke rang zijn - dat komt voor indien het ene adjectief op het andere slaat in plaats van op het gezamelijk substantief, of indien het ene adjectief slaat op het geheel van het andere adjectief + substantief - dan zet men tussen beiden geen komma. Gevolg hiervan: men kan de twee adjectieven door het wel of niet gebruiken van een komma gelijkrangig maken of niet met telkens een verschillend resultaat in de betekenis. Voorbeelden met twee adjectieven:

die letzten großen Ferien ('laatste' slaat hier op het geheel 'grote vakantie')
eine hell blaue Bluse ('hel' slaat hier op 'blauw')
die neue, umweltfreundliche Verfahren (naast reeds bestaande niet-milieuvriendelijke processen gaat het hier om nieuwe en tegelijk milieuvriendelijke processen)
die neue umweltfreundliche Verfahren (naast reeds bestaande milieuvriendelijke processen gaat het hier om nieuwe, bijkomende milieuvriendelijke processen)

 

 

3.Uitzonderingen op punt 1: men zet geen komma tussen zinsdelen, woordgroepen of woorden van gelijke rang indien deze van elkaar gescheiden zijn door de volgende voegwoorden:

und
oder
beziehungsweise (bzw.)
sowie (= und)
wie (= und)
entweder...oder
nicht...noch
sowohl...als (auch)
sowohl...wie (auch)
weder...noch

Voorbeelden:

Die Musik wird leiser und der Vorhang hebt sich und das Spiel beginnt.
Seid ihr mit meinem Vorschlag einverstanden oder habt ihr Einwände vorzubringen?
Das ist ein ausgesprochen süßes sowie widerlich klebriges Getränk.
Sie fährt sowohl bei gutem als auch bei schlechtem Wetter.
Sie fährt entweder mit dem Auto oder mit dem Zug.

 

4.Voor de voegwoorden "und, oder, enzovoort" kan echter toch een komma, indien het niet gaat om gelijkrangige zinsdelen, woordgroepen of woorden. Voorbeeld:

Er sagte, dass er morgen komme, und verabschiedete sich. (De laatste komma is een scheiding van een ondergeschikte zin (tweede zinsdeel) en een bijkomende hoofdzin (derde zinsdeel))

 

 

Zelfstandige zinnen in één geheel

Twee of meerdere volledig zelfstandige zinnen kunnen in het geheel van een globale zin staan waarbij zij verbonden worden door de voegwoorden "und, oder, beziehungsweise entweder...oder, nicht...noch, weder...noch": In deze situatie mag - moet echter niet - een komma geplaatst worden. Voorbeelden:

Das Feuer brannte endlich(,) und sie machten es sich gemütlich.
Dem Täter ist die Flucht ins Ausland gelungen(,) bzw. er versteckt sich.
Weder schrieb er einen Brief(,) noch kam er selbst.

 

 

Ondergeschikte zinnen

1. Ondergeschikte zinnen worden steeds van de hoofdzin gescheiden door een komma. Voorbeelden:

Was ich anfangen soll, weiß ich nicht.
Sie konnte, wenn sie wollte, äußerst liebenswürdig sein.
Sie sagte, sie komme morgen.

 

2. Bij woordgroepen die zich gedragen als een voegwoord kan men - moet echter niet - een komma plaatsen tussen de bestanddelen van zulke woordgroepen. Voorbeelden:

Morgen wird es regnen, angenommen(,) dass der Wetterbericht stimmt.
Ich glaube nicht, dass er anruft, geschweige(,) dass er vorbeikommt.
Ich komme morgen, gleichviel(,) ob er es will oder nicht.

 

3. Men kan woorden uit woordgroepen die zich gedragen als een voegwoord, ook anders laten verstaan door het verschuiven van de komma uit de woordengroep. Voorbeeld:

Ich freue mich, auch wenn du mir nur eine Karte schreibst. (= zelfs als...)
Ich freue mich auch, wenn du mir nur eine Karte schreibst (= ik verheug me ook...)

 

4. Bij formuleachtige onderschikte zinnen mag - moet echter niet - een komma gezet worden. Voorbeelden:

Wie bereits gesagt(,) verhält sich die Sache anders.
Ich komme(,) wenn nötig(,) bei dir noch vorbei.

 

 

 

Infinitiefzinnen

1. Een infinitiefzin of -groep scheidt men met een komma af, wanneer deze infinitiefzin ingeleid wordt door de voegwoorden "um, ohne, statt, anstatt, außer, als". Voorbeelden:

Sie öffnete das Fenster, um frische Luft hereinzulassen.
Ihr fiel nichts Besseres ein, als zu kündigen.
Er, ohne den Vertrag vorher gesehen zu haben, hatte ihn sofort unterschrieben.

 

2. Een infinitiefzin of -groep scheidt men eveneens met een komma af, wanneer deze infinitiefzin of -groep afhangt van een substabtief. Voorbeelden:

Er wurde beim Versuch, den Tresor zu knacken, vom Nachtwächter überrascht.
Er fasste den Plan, heimlich abzureisen.

 

3. Een infinitiefzin of -groep scheidt men eveneens met een komma af, wanneer deze in relatie staat tot een ander woord of andere woordgroep (zinsdeel). Voorbeelden:

Anita liebt es, lange auszuschlafen.
Es missfällt mir, diesen Vertrag zu unterzeichnen.
Lange auszuschlafen, das liebt Anita sehr.
Damit, doch noch zu gewinnen, hat René nicht gerechnet.

 

4. Als in de gevallen uit de punten 2 en 3, hier net boven, de infinitiefgroep gereduceerd is tot slechts de infinief zelf, dan mag - moet echter niet - een komma gezet worden. Voorbeelden:

Den Plan(,) abzureisen(,) hatte sie schon lange gefasst.
Thomas dachte nicht daran(,) zu gehen.

 

 

 

Verklarend toevoegsels of aanhangsels

1.Verklarend toevoegsels of aanhangsels in de vorm van woorden, woordgroepen of zinsdelen worden steeds met komma's gescheiden. Hierbij kan men echter in de plaats van een komma's ook een gedachtestreepjes of haakjes gebruiken. Voorbeelden met komma's:

Eines Tages, es war mitten im Sommer, hagelte es.
Mein Onkel, ein großer Tierfreund, und seine Katzen leben in einer alten Mühle.
Walter Gerber, Mannheim, und Anita Busch, Berlin, verlobten sich letzte Woche.
Sie isst gern Obst, besonders Apfelsinen und Bananen.
Als sie ihr Herz ausgeschüttet hatte, das heißt alles erzählt hatte, fühlte sie sich besser.
Sie, die Gärtnerin, weiß das ganz genau.
So, aus vollem Halse lachend, kam sie auf mich zu.
Und du und ich, wir beide wissen das genau.

 

2. Indien een verklarend toevoegsel in de vorm van een eigennaam volgt, dan mag men - moet echter niet - deze eigennaam tussen komma's zetten. Voorbeeld:

Der Erfinder der Buchdruckerkunst(,) Johannes Gutenberg(,) wurde in Mainz geboren.

 

3. Bestanddelen van meerdelige eigennamen, en titels voor een eigennaam die geen lidwoorden hebben, worden niet door een komma gescheiden. Voorbeelden:

Wilhelm der Eroberer unterwarf ganz England.
Direktor Professor Dr. med. Max Müller führte uns durch die Klinik.

 

4. Meerdelige plaats- tijds- of literatuuropgaves worden door een komma van elkaar gescheiden indien er geen voorzetsel aan voorafgaat. Afsluitend aan deze reeks opgaves kan - moet echter niet - een komma staan. Voorbeelden:

Gustav Meier, Wiesbaden, Wilhelmstr. 24, 1. Stock(,) hat diese Annonce aufgegeben.
Die Tagung soll Mittwoch, (den) 14. November(,) beginnen.
Die Zeitschrift Spektrum, Jahrgang 29, Heft 2, S. 134(,) hat darüber berichtet.

Maar:

Gabi hat lange in Köln am Kirchplatz 4 gewohnt.

 

5. Uitzondering op punt 4 zijn de wetten en besluiten. Daar zet men aldus geen komma's tussen meerdelige opgaves. Voorbeeld:

§ 6 Abs. 2 Satz 3 der Verordnung.

 

 

 

Aanspreekvormen, uitroepen, uitdrukkingen van stellingname

1. Aanspreekvormen, uitroepen en uitdrukkingen van stellingname (ja, nein, enzovoort) zet men tussen komma's. Voorbeelden:

Kinder, hört doch mal zu.
Für heute sende ich dir, liebe Ruth, die herzlichsten Grüße.
Oh, wie kalt das ist!
Ach ja, so ist es nun einmal.
Ja, daran ist nicht zu zweifeln.
Ach ja, so ist es nun einmal.
Er hat, eine Unverschämtheit, uns auch noch angerufen.
Bitte, komm doch morgen pünktlich.

 

2. Wil men echter uitdrukkingen van stellingname zonder expliciete beklemtoning weergeven, dan gebruikt men geen komma. Voorbeeld:

Bitte komm doch morgen pünktlich!

 

 

 

 

Alle gegevens baseren zich op het Duits spellingsbesluit van maart 2006, in voege getreden in augustus 2006. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).