U bevindt zich hier: Spelling Leestekens Punt  
 LEESTEKENS
Aanhalingstekens ("")
Aanvullingsteken (-)
Apostrof (')
Beletselteken (...)
Dubbelpunt (:)
Gedachtestreep (-)
Haakje (())
Komma (,)
Koppelteken (-)
Punt (.)
Puntkomma (;)
Schuine streep (/)
Uitroepteken (!)
Vraagteken (?)
 SPELLING
Eszet of dubbele s
Hoofdletter
Samenstellingen
Leestekens
Woordscheiding
Telefoonalfabet

PUNT
 

Een punt (der Punkt) na een zin bepaalt - zoals een vraagteken en een uitroepteken - de begrenzing van een zin. Doel ervan is een tekst overzichtelijk te houden. Een punt wordt in bepaalde omstandigheden ook gebruikt om afkortingen weer te geven (in de Duitse taal worden echter heel wat afkortingen zonder leesteken geschreven). Tenslotte is het punt ook een typografisch teken in domainnamen.

 

Geen gebruik van een punt op het einde van een zin
Het punt als afkortingsteken

 

 

Geen gebruik van een punt op het einde van een zin:

1. Na een vrijstaande zin zet men nooit een punt. Dit zijn:

  • Titels. Maar een uitroepteken of vraagteken is wel mogelijk.
  • Genormaliseerde delen van een brief of email, zoals adressering, datum, betreft-regel, aanspreektitel, groetformule
  • Kolomachtige opsommingen
  • Zinnen die tussen gedachtestreepjes, haakjes of aanhalingstekens staan ergens in een andere zin. Maar een uitroepteken of vraagteken kan wel. Voorbeeld zonder punt:

    Sie betonte ich weiß es noch ganz genau , dass sie für einen Erfolg nicht garantieren könne.
    Eines Tages (es war mitten im Sommer) hagelte es.
    "Ich komme morgen", versicherte sie. Sie sagte: "Ich komme gleich wieder", und holte die Unterlagen.


  • Na een zin die eindigt op drie weglatingspuntjes
  • Na een zin die eindigt met een afkorting met punt of met een rangtelwoord met punt. Voorbelden:

    Sein Vater ist Regierungsrat a. D.
    Der König von Preußen hieß Friedrich II.

 

2. Na een verzoek of een uitnodiging tot iets waaraan men geen nadrukkelijk karakter wil geven, volgt een punt, geen uitroepteken. Voorbeelden:

Rufen Sie bitte später noch einmal an.
Nehmen Sie doch Platz.

 

 

Het punt als afkortingsteken

1. Enkel na afkortingen van woorden zet men een punt. Zie hieronder voor afkortingen waarbij geen punt gezet wordt. Voorbeelden met punt:

Tel. (= Telefon)
v. (= von)
Bde. (= Bände)
Ms. (= Manuskript)
Jg. (= Jahrgang)
Jh. (= Jahrhundert)
Jh.s (= des Jahrhunderts)
f. (= folgende Seite)
ff. (= folgende Seiten)
z. B. (= zum Beispiel)
u. A. w. g. (= um Antwort wird gebeten)
Abt.-Leiter (= Abteilungsleiter)
Rechnungs-Nr. (= Rechnungsnummer)
Tsd. (= Tausend)
Mio. (= Million(en))
Mrd. (= Milliarde(n)) Dr. med.

 

2. Men zet geen punt na volgende afkortingen:

  • Eenheden uit de natuurwetenschap en techniek. Voorbeelden:

    m (= Meter)
    g (= Gramm)
    km/h (= Kilometer pro Stunde)
    s (= Sekunde)
    Hz (= Hertz)


  • Windstreken. Voorbeelden:

    NO (= Nordost)
    SSW (= Südsüdwest)


  • Munteenheden. Voorbeeld:

    EUR (= Euro)

  • Initiaalwoorden en chemische elementen. Voorbeelden:

    TüV (= Technischer überwachungsverein)
    Kfz (= Kraftfahrzeug)
    LKW (= Lastkraftwagen)
    PKW (= Personenkraftwagen)
    DB (= Deutsche Bahn)
    U-Bahn
    GmbH (= Gesellschaft mit beschränkter Haftung)
    Ca (= Calcium)
    Na (= Natrium)


3. De titel van Duitse wetten en besluiten wordt steeds weergegeven door afkortingen zonder punten (volledige lijst van afkortingen der huidige Duitse wetten en besluiten). Voorbeelden:

BGB (= Bürgerliches Gesetzbuch)
BAföG (= Bundesgesetz über individuelle Förderung der Ausbildung)
BApO (= Bundes-Apothekerordnung)
MaBV (=Verordnung über die Pflichten der Makler, Darlehens- und Anlagenvermittler, Anlageberater, Bauträger und Baubetreuer)

 

 

 

 

Alle gegevens baseren zich op het Duits spellingsbesluit van maart 2006, in voege getreden in augustus 2006. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).