|
|
|
 |
 |
 |
 |
HOOFDLETTER BIJ SUBSTANTIEVEN |
 |
|
|
De schrijfwijze van substantieven worden in het algemeen met een hoofdletter begonnen.
Voorbeelden:
Tisch
Wald
Milch
Mond
Markus
Europa
Wien
|
|
|
|
|
|
Samenstellingen met koppeltekens
Bij samenstellingen met koppeltekens die in hun geheel de functie van een substantief
hebben, wordt de schrijfwijze van het eerste woord ervan met een hoofdletter begonnen. De schrijfwijze van andere woorden in dergelijke samenstelling worden enkel met een hoofdletter begonnen als het om een substantief op zich gaat.
Voorbeelden:
die Ad-hoc-Entscheidung
das In-den-Tag-hinein-Leben
die Natrium-Chlor-Verbindung
Indien deze samenstellingen beginnen met een afkorting (bv. km) dan begint het geheel van de samenstelling niet met een hoofdletter. Dit is ook het geval voor het citeren van iets (bv. der
dass-Satz).
Voorbeelden:
die km-Zahl
die pH-Wert-Bestimmung
der dass-Satz
Indien deze samenstellingen beginnen met een enkele letter dan wordt deze met
een hoofdletter geschreven, tenzij het expliciet gaat om een kleine letter (zie
onderste voorbeeld).
Voorbeelden:
der A-cappella-Chor
die S-Kurve
die X-Beine
der i-Punkt
|
|
|
Substantieven uit andere talen
De schrijfwijze van substantieven uit andere talen wordt met een hoofdletter begonnen indien die substantieven
niet als een citaat gelden. Bij woordgroepen uit een andere taal wordt
de schrijfwijze van het eerste woord met een hoofdletter begonnen.
Voorbeelden:
das Crescendo
das Center
die Conditio sine qua non
das Cordon bleu
das Know-how
das Make-up
Maar bij citaten (tussen aanhalingstekens):
das "crescendo"
die "conditio sine qua non"
Bij woordgroepen uit andere talen die de functie van een substantief hebben,
wordt de schrijfwijze van alle
substantieven binnen in deze samenstelling met een hoofdletter begonnen.
Voorbeelden:
die Alma Mater
die Ultima Ratio
das Desktop-Publishing
der Soft Drink
der Sex-Appeal
das Corned Beef
|
|
|
Vaste woordgroepen
De schrijfwijze van alle substantieven in een vaste woordgroep wordt met een hoofdletter begonnen.
Voorbeelden:
auf Abruf
in Bezug auf
im Grunde
zu Hause
zu Händen von (aber: zuhanden von)
von Seiten (aber: vonseiten)
etwas außer Acht lassen
zu Hilfe kommen
Auto fahren
Angst haben
zum ersten Mal (aber: manchmal)
eines Abends (aber: abends)
auf keinen Fall (aber: keinesfalls)
Wanneer een vaste woordgroep in haar geheel een BIJWOORD vormt en uit een ANDERE
TAAL ontleend is, dan worden alle substantieven erin zonder hoofdletter
geschreven.
Voorbeelden:
a cappella
in flagranti
à discrétion
de jure
de facto
ex cathedra
|
|
|
Telwoorden
De schrijfwijze van getalsubstantieven wordt eveneens met een
hoofdletter begonnen.
Voorbeelden:
ein Dutzend
das Hundert
eine Million
De volgende twee onbepaalde telwoorden worden als schijnbare substantieven
zonder hoofdletter geschreven:
ein bisschen (= ein wenig)
ein paar (= einige)
De telwoorden eindigend op "-tel" en "-stel" worden zonder hoofdletter geschreven indien ze gevolgd worden door een
maateenheid. Maar de schrijfwijze van deze telwoorden wordt wel met een hoofdletter geschreven als ze met de maateenheid een aaneengeschreven samenstelling vormen.
Voorbeelden:
ein zehntel Millimeter
ein viertel Kilogramm
in fünf hundertstel Sekunden
nach drei viertel Stunden
Maar:
in fünf Hundertstelsekunden
nach drei Viertelstunden
Tijdsaanduidingen, waarbij breukgetallen gevolgd worden voor een geheel getal, worden zonder hoofdletter geschreven.
Voorbeelden:
um viertel fünf
gegen drei viertel acht
In alle andere gevallen wordt de schrijfwijze van telwoorden eindigend op "-tel" of "-stel"
met een hoofdletter begonnen.
Voorbeelden:
ein Drittel
das erste Fünftel
neun Zehntel des Umsatzes
um drei Viertel größer
um [ein] Viertel vor fünf
|
|
|
Dagdelen
Vele tijdsaanduidingen worden vaak als bijwoord in een zin gebruikt (b.v. vorgestern,
gestern, heute, morgen, abend, abends, nachts, übermorgen). De schrijfwijze van aansluitende dagdelen na
dergelijke bijwoorden wordt met een hoofdletter begonnen.
Voorbeelden:
Wir treffen uns heute Mittag
Die Frist läuft übermorgen Mitternacht ab.
Sie rief gestern Abend an.
|
|
|
Gezegden in een zin (bv. bange sein)
Schijnbare substantieven die als gezegde in een zin gebruikt worden na de
werkwoorden "sein, bleiben, werden" worden zonder hoofdletter
geschreven. Hier gaat het o.a. om volgende veel gebruikte gezegden: "angst,
bange, feind, freund, gram, klasse, leid, pleite, recht, schuld, spitze,
unrecht, weh"
Voorbeelden:
Mir wird angst.
Uns ist angst und bange.
Wir sind ihr gram.
Sein Spiel ist klasse.
Mir ist das alles leid.
Mir bleibt das alles leid.
Die Firma ist pleite.
Das ist mir recht.
Er ist schuld daran.
Maar echte substantieven:
Ich habe Angst.
Das ist meine Schuld.
Es bleibt mein Recht.
De schrijfwijze van schijnbare substantieven "recht" en "unrecht" mag (moet
niet) begonnen worden met een hoofdletter bij werkwoorden als "behalten,
bekommen, geben, haben, tun".
Voorbeelden:
Ich gebe ihm recht.
Ich gebe ihm Recht.
Du tust ihm unrecht.
Du tust ihm Unrecht.
De woorden "recht"" en "unrecht" worden steeds zonder
hoofdletter geschreven, als zij niet gebruikt worden als een substantief.
Voorbeelden:
Er ist jetzt erst recht zu Hause gekommen.
Das ist mir durchaus recht.
in rechter Hand
|
|
|
Werkwoorden samengesteld uit substantieven)
Het substantief uit werkwoorden die samengesteld zijn uit dat substantief en een
ander woord (welke bestanddelen in de infinitief aaneengeschreven worden), wordt nooit met een hoofdletter geschreven, ook niet als dit
werkwoord bij vervoeging splitsbaar is.
Voorbeelden:
Ich nehme daran teil (teilnehmen).
Die Besprechung findet am Freitag statt (stattfinden).
Die Stadt stand kopf (kopfstehen).
Man konnte ihm ansehen, wie leid es ihm tat (leidtun).
Es nimmt mich wunder (wundernehmen).
De schrijfwijze van substantieven die met een werkwoord een woordgroep vormen - er in de infinitief
niet mee aaneengeschreven worden - beginnen steeds met een hoofdletter.
Voorbeelden:
Ich nehme daran Anteil (Anteil nehmen).
Du fährst Auto, und ich fahre Rad (Auto fahren, Rad fahren).
Sie leistete der Aufforderung nicht Folge (Folge leisten).
|
|
|
Substantieven in bijwoorden, voegwoorden en voorzetsels
Bijwoorden, voegwoorden en voorzetsels worden steeds zonder hoofdletter
geschreven, ook al zijn in die woorden substantieven te herkennen (uitzondering
vormen woordgroepen, b.v. In Himblick auf).
Voorbeelden:
abends
anfangs
donnerstags
schlechterdings
hungers
willens
rechtens
abseits
angesichts
mangels
mittels
falls
teils ... teils
dank
kraft
laut
statt
an ... statt
trotz
wegen
von ... wegen
um ... willen
|
|
|
Alle gegevens baseren zich op het Duits
spellingsbesluit van maart 2006, in voege getreden in augustus 2006. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).
|
|