U bevindt zich hier: Spraakkunst Bijwoorden voegw. bijwoorden  
 BIJWOORDEN
Trappen vergelijking
Vnw. bijwoorden
voegw. bijwoorden
 SPRAAKKUNST
Werkwoorden
Substantief
Adjectief
Voornaamwoorden
Voorzetsels
Bijwoorden
Voegwoorden

VOEGWOORDELIJKE BIJWOORDEN
 

Er zijn zo goed als geen verschillen tussen het gebruik van voegwoordelijke bijwoorden in het Duits en in het Nederlands.

Voegwoorden worden heel vaak gebruikt om zinnen in een tekst samen te voegen.
Nevenschikkende voegwoorden voegen zinnen in een gelijke waarde aan elkaar. In de tweede zin staat het onderwerp achter het voegwoord, onmiddellijk gevolgd door het werkwoord [dit in tegenstelling tot onderschikkende voegwoorden, waarbij het werkwoord steeds achteraan de ondergeschikte zin staat].

Voorbeeld met het nevenschikkende voegwoord "denn":

Twee losse hoofdzinnen:
"Mein PC steht unterm Tisch. Er nimmt zuviel Platz ein."

-> (met voegwoord):
"Mein PC steht unterm Tisch, denn er nimmt zuviel Platz ein."



Voegwoordelijke bijwoorden:

Voegwoordelijke bijwoorden zijn bijwoorden die zich als een nevenschikkend voegwoord kunnen gedragen. Maar er is een belangrijk onderscheid tussen voegwoordelijke bijwoorden en echte voegwoorden:
Daar waar achter nevenschikkende voegwoorden eerst het onderwerp staat en dan het werkwoord, staat achter een voegwoordelijk bijwoord eerst het werkwoord en dan het onderwerp.

Voorbeeld met het voegwoordelijk bijwoord "deshalb":

Twee losse hoofdzinnen:
"Mein PC steht unterm Tisch. Er nimmt deshalb nicht zuviel Platz ein."
[Hier is "deshalb" een zuiver bijwoord.]

-> (met voegwoordelijk bijwoord):
"Mein PC steht unterm Tisch, deshalb nimmt er nicht zuviel Platz ein."



Voegwoordelijke bijwoorden zijn aldus belangrijk om de volgorde der zindsdelen in de tweede samengevoegde zin te bepalen.



Veel voorkomende voegwoordelijke bijwoorden:

außerdem
besonders
dagegen
daher
dann
darum
dennoch
deshalb
folglich
insofern
sonst
teils
trotzdem
zwar




Uitzonderlijk kan een zuiver nevenschikkend voegwoord zich als een voegwoordelijk bijwoord gedragen. In het eerste geval (voegwoord) staat het onderwerp voor het werkwoord; in het laatste geval (voegwoordelijk bijwoord) staat het onderwerp na het werkwoord. Dit is het geval voor de voegwoorden "doch", "jedoch" en "entweder... oder")

Voorbeeld: het voegwoord "doch":

Zuiver voegwoord:
Sie geht, doch sie kommt bestimmt wieder."

Als voegwoordelijk bijwoord:
"Sie geht, doch kommt sie bestimmt wieder."


 

Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).