Voegwoorden verbinden woorden, zinsdelen en zinnen met elkaar. De wijze waarop dit gebeurt, is gelijkaardig aan voegwoorden in de Nederlandse taal met hier en daar een paar details die toch wel erg verschillen.
Voorbeelden van Duitse voegwoorden:
Verbinding van woorden: "Er und sie..." -> "und" is het voegwoord.
Verbinding van zinsdelen: "Die beiden Gauner gelten sowieso als unzuverlässig" -> "als" is het voegwoord
Verbinding van zinnen: "Wenn du kommst, werde ich dir etwas erzählen." -> "wenn" is het voegwoord.
Voor een volledige kijk op voegwoorden raadpleegt men best een spraakkunstboek. Hier wordt accent gelegd op de invloed van voegwoorden op de plaats van zinsdelen in een zin.
Voegwoorden die het werkwoord naar het einde van de zin verschuiven: onderschikkende.
Voegwoorden die geen invloed hebben op de plaats van zinsdelen: nevenschikkende.
Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).