U bevindt zich hier: Spraakkunst Voornaamwoorden  
 SPRAAKKUNST
Werkwoorden
Substantief
Adjectief
Voornaamwoorden
Voorzetsels
Bijwoorden
Voegwoorden

PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN

Navigatie voornaamwoorden

aanwijzend   bezittelijk   onbepaald   persoonlijk   reflexief   relatief   vragend  



 

Het gebruik van beleefdheids- en vertrouwelijkheidsvormen


Persoonlijke voornaamwoorden

Eerste persoon  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  ich  wir 
Genitief  meiner  unser 
Datief  mir  uns 
Accusatief  mich  uns 


Tweede persoon  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  du  ihr 
Genitief  deiner  euer 
Datief  dir  euch 
Accusatief  dich  euch 


Tweede persoon
Beleefdheisvorm 
Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  Sie  Sie 
Genitief  Ihrer  Ihrer 
Datief  Ihnen  Ihnen 
Accusatief  Sie  Sie 


Derde persoon
Mannelijk 
Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  er  sie 
Genitief  seiner  ihrer 
Datief  ihm  ihnen 
Accusatief  ihn  sie 


Derde persoon
Vrouwelijk 
Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  sie  sie 
Genitief  ihrer  ihrer 
Datief  ihr  ihnen 
Accusatief  sie  sie 


Derde persoon
Onzijdig 
Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  es  sie 
Genitief  seiner  ihrer 
Datief  ihm  ihnen 
Accusatief  es  sie 



Voorbeelden gebruik genitief

Sie bedurften meiner.
Ich erinnere mich deiner kaum noch.
Wir spotteten seiner.
Erbarm dich unser!
Wir gedenken euer.
Es waren ihrer fünf.


Tegenwoordig probeert men - daar waar mogelijk - de genitief te vermijden:

Sie brauchten mich.
Ich erinnere mich kaum noch an dich.
Wir spotteten über ihn.
Hab Mitleid mit uns!
Wir erinnern uns an euch.
Ihr fünf wart da./ Ihr fünf habt das getan.




Navigatie voornaamwoorden

aanwijzend   bezittelijk   onbepaald   persoonlijk   reflexief   relatief   vragend  



 

Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).