U bevindt zich hier: Spraakkunst Voornaamwoorden  
 SPRAAKKUNST
Werkwoorden
Substantief
Adjectief
Voornaamwoorden
Voorzetsels
Bijwoorden
Voegwoorden

RELATIEVE VOORNAAMWOORDEN

Navigatie voornaamwoorden

aanwijzend   bezittelijk   onbepaald   persoonlijk   reflexief   relatief   vragend  



 

Relatieve voornaamwoorden leiden een nevenzin in met verwijzing naar substantieven in de hoofdzin.

Het gaat om de voornaamwoorden:

der
welcher
was


Voorbeelden:

"Er nahm den Zug, der nach Nirgendwo fuhr."
"Das ist der Mann, dessen Hund mich gebissen hat."
"Hier sind die Aktien, von denen ich gesprochen habe."
"Ich fand das Spielzeug, welches das Kind verloren hatte."
"Das ist das Beste, was ich je erlebt habe."



Verbuigingen

DER Mannelijk  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  der  die 
Genitief  dessen  deren 
Datief  dem  denen 
Accusatief  den  die 


DIE Vrouwelijk  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  die  die 
Genitief  deren  deren 
Datief  der  denen 
Accusatief  die  die 


DAS Onzijdig  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  das  die 
Genitief  dessen   deren 
Datief  dem   denen 
Accusatief  das  die 


WELCHER Mannelijk  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  welcher  welche 
Genitief  dessen  deren 
Datief  welchem  welchen 
Accusatief  welchen  welche 


WELCHE Vrouwelijk  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  welche  welche 
Genitief  deren  deren 
Datief  welcher  welchen 
Accusatief  welche  welche 


WELCHES Onzijdig  Enkelvoud  Meervoud 
     
Nominatief  welches   welche 
Genitief  dessen  deren 
Datief  welchem  welchen 
Accusatief  welches  welche 


WER  Enkelvoud 
   
Nominatief  wer 
Genitief  wessen  
Datief  wem 
Accusatief  wen 
WAS  Enkelvoud 
   
Nominatief  was 
Genitief  wessen  
Datief 
Accusatief  was 



Opmerkingen

Opmerkelijk zijn de genitiefvormen: "dessen, deren, wessen" alsook de datief meervoud van het relatieve voornaamwoord "der": "denen".
Voorbeelden:
"Der Mann, dessen sie sich annahm...."
"Die Taten, deren sie sich rühmen...."
"Das ist alles, wessen ich mich erinnere."

 

Het relatieve voornaamwoord "welcher" wordt in de gesproken taal niet gebruikt. In de geschreven taal gebruikt men het voornamelijk om het samen voorkomen met het bepaalde lidwoord "der" te vermijden.
Voorbeelden:
"Das ist die Software, welche die Frau gerne hätte."
"Ich hob das Blatt auf, welches das Kind verloren hatte."
"Die, welche die Freiheit liebten,..."

 

Algemeen gebruikt men de relatieve voornaamwoorden "wer, was" wanneer ze overeenkomen met vragende voornaamwoorden.
Voorbeelden:
"Verloren ist, wer sich selbst aufgibt."
"Wen ich zuerst sehe, küsse ich!"
"Ich weiß nicht, wem ich meinen Laptop gegeben habe."

 
 

Gebruik van het relatieve voornaamwoord "was" :

1. Indien het betrokken woord in de hoofdzin een gesubstantiveerd adjectief is dat slaat op iets algemeens, iets onbepaalds, en bovendien indien er een lidwoord bij dat betrokken woord staat.
Voorbeelden:
"All das Schöne, was wir in diesen Tagen erlebten..."
"Das Einzige, was zu tun war...."

 
Maar:
"Es gibt vieles, für das ich mich interessiere."  (geen lidwoord!) En beter is: "Es gibt vieles, wofür ich mich interessiere."
"Das Kleine, das ich im Arm hielt..."
  (geen algemeen of onbepaald betrokken gesubstantiveerd adjectief!)
"Das Gerücht, das sich schnell ausbreitete,..." 
(hier gaat het helemaal niet om een gesubstantiveerd adjectief)
 

2. Indien het betrokken woord een superlatief is.
Voorbeelden:
"Es ist das Tollste, was ich je erlebt habe."
"Das ist das Schönste, was sie je gesehen hatte."

 

3. Indien het relatieve voornaamwoord slaat op de hele hoofdzin.
Voorbeelden:
"Die Autofahrerin zeigte ihm einen Vogel, was ihn maßlos ärgerte."
"Er schenkte ihr einen Ring, was sie sehr freute."




Navigatie voornaamwoorden

aanwijzend   bezittelijk   onbepaald   persoonlijk   reflexief   relatief   vragend  



 

Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).