U bevindt zich hier: Spraakkunst Voorzetsels  
 VOORZETSELS
Voorzetsellijst
 SPRAAKKUNST
Werkwoorden
Substantief
Adjectief
Voornaamwoorden
Voorzetsels
Bijwoorden
Voegwoorden

VOORZETSELS
 

Het gebruik van het juiste voorzetsel in de Duitse taal kan een ware beproeving zijn voor een Nederlandstalige. Het kan al snel fout gaan, net als met het gebruik van de juiste naamval bij een voorzetsel.
Laten we even twee eenvoudige voorbeelden bekijken:


"Helga ist nicht zu Hause. Sie fuhr ab nach ihrem Freund." (foutieve uitspraak)

Dit is een klassiek voorbeeld voor een Nederlandstalige: "Zij is weggereden naar haar vriend". Men neigt vaak om "naar" te vertalen tot "nach". Indien men zich wendt tot een persoon, dan gebruikt men in het Duits echter het voorzetsel "zu".
De bovenstaande zin moet aldus worden:
"Helga ist nicht zu Hause. Sie fuhr (ab) zu ihrem Freund."


"Die Kinder tollen hinter dem Haus" (mogelijk foutieve uitspraak)

Hier is het de vraag, wat u bedoelt: spelen de kinderen achter het huis, of lopen ze al stoeiend achter het huis voorbij? Misschien bedoelde u het eerste. De gebruikte datief is dan in orde, maar uw uitspraak zou veel duidelijker worden, indien u het werkwoord "herumtollen" gebruikt.
De bovenstaande zin kan dan als volgt geformuleerd worden:
"Die Kinder tollen hinter dem Haus herum."


Beschikbare informatie

Voor een volledige kijk op het gebruik van voorzetsels is het nodig een stijlwoordenboek te raadplegen. Zie de lijst der referentiewerken voor taalboeken.


Als bijkomende hulp kan u hier het volgende vinden:


Lijst van alle voorzetsels met hun gebruik en naamvallen, alsook tal van bijzonderheden die eigen zijn aan een bepaald voorzetsel.




 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).