U bevindt zich hier: Taalgebruik Band Ond.-Werkw.  
 TAALGEBRUIK
 
Valentie werkwoord
 
     = passende naamvallen
       zinsdelen + voorzetsels
       bij een werkwoordkeuze
 
Valentie substantief
 
     = passende voorzetsels
 
Valentie adjectief
 
     = passende voorzetsels
 
Adjectiefkeuze
 
     voor substantieven
 
Band Ond.-Werkw.
 
     = passend werkwoord
       voor een onderwerp
 
Band Lijd.Vw.-Werkw.
 
     = passend werkwoord
       bij een lijdend nderwerp
 
Uitdrukkingswijzen

KEUZE WERKWOORDEN VOOR EEN ONDERWERP IN EEN ZIN

Navigatie onderwerpen

A   B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M 
                         
N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z 



Onderwerp A

 

Vaak is het voor een anderstalige moeilijk om het juiste werkwoord te vinden voor de uit te voeren handeling door het onderwerp van de zin. Zo bijvoorbeeld: "Der Affe sucht akribisch Läuse bei seiner Mutter". Het is beter te zeggen: "Der Affe laust seine Mutter akribisch". Onderstaande lijsten kunnen mogelijk een hulpje zijn om de juiste werkwoorden te vinden...

Hulp bij vervoeging:
Sterke werkwoorden en speciale werkwoorden zijn in de rechtse kolom hieronder gelinkt aan hun vervoeging.

 

 

Voorbeeld: "Ein Abenteuer lockt."

Substantief als onderwerp passende werkwoorden
Abenteuer (das) locken
Abfahrt (die) erfolgen
sich verzögern
Abfall (der) entstehen
sich häufen
wachsen
sich türmen
Abflug (der) sich verzögern
Abgeordnete (der) sich melden
beraten
sich vertagen
Abgrund (der) klaffen
sich öffnen
Abmarsch (der) erfolgen
sich vollziehen
Abonnement (das) beginnen
erlöschen
enden
ablaufen
Acker (der) brachliegen
dampfen
Adel (der) verpflichten
Ader (die) schwellen
hervortreten
klopfen
Affe (der) klettern
lausen
kratzen
Akte (die) häufen
türmen
sich stapeln
Aktie (die) steigen
fallen
gut stehen
stabiel sein
Ampel (die) hängen
brennen
grün/rot zeigen
außer Betrieb sein
auf grün/rot springen
Anfall (der) nachlassen
vorübergehen
sich wiederholen
Angst (die) ergreifen
schütteln
befallen
quälen
aufsteigen
beschleichen
weichen
sitzen
Anker (der) fassen
rutschen
Anklage (die) gründen auf (dat)
stützen auf (dat)
lauten
Ankunft (die) verzögeren
Antwort (die) befriedigen
ausbleiben
ausweichen
Anzug (der) gut sitzen
gut stehen
Applaus (der) einsetzen
losbrechen
verebben
verrauschen
Arbeit (die) ruhen
stocken
beginnen
vorangehen
gefallen
Spaß machen
passen
schmecken
wachsen
vom Fleck kommen
liegen bleiben
davonlaufen
ärger (der) nachlassen
verfliegen
Argument (der) überzeugen
einleuchten
Artz (der) behandeln
feststellen
diagnostizieren
Atem (der) aussetzen
stillstehen
stoßweise gehen
pfeifen
rasseln
stocken
Aufruhr (der) ausbrechen
Aufstand (der) drohen
ausbrechen
losbrechen
scheitern
Auge (das) strahlen
glänzen
aufleuchten
brennen
tränen
Ausbruch (der) glücken
misslingen
Auto (das) fahren
anfahren
anziehen
abzischen
ins Schleudern geraten
prallen
Autobahn (die) verstopfen
sperren
Substantief als onderwerp passende werkwoorden



Navigatie onderwerpen

A   B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M 
                         
N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z 



 

Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).