U bevindt zich hier: Taalgebruik Valentie werkwoorden  
 TAALGEBRUIK
 
Valentie werkwoord
 
     = passende naamvallen
       zinsdelen + voorzetsels
       bij een werkwoordkeuze
 
Valentie substantief
 
     = passende voorzetsels
 
Valentie adjectief
 
     = passende voorzetsels
 
Adjectiefkeuze
 
     voor substantieven
 
Band Ond.-Werkw.
 
     = passend werkwoord
       voor een onderwerp
 
Band Lijd.Vw.-Werkw.
 
     = passend werkwoord
       bij een lijdend nderwerp
 
Uitdrukkingswijzen

VALENTIE VAN WERKWOORDEN
 

Hieronder volgt een lijst van werkwoorden die invloed uitoefenen op andere zinsdelen. Indien daarbij een werkwoord meerdere betekenissen kan hebben, worden deze in vertaling weergegegen.


Verklaringen bij de lijst:

Een dubbel vierkantje wijst op een dubbele gelijke naamval zoals bij "jemanden etwas fragen" (tweemaal de accusatief)
Bij 'bijzonderheden' verwijst "jemandem" tevens naar een voorwerp in de datief, en "jemanden" tevens naar een voorwerp in de accusatief.
Bij 'bijzonderheden' verwijst 'plaats' eventueel naar 'richting'.
Sterke werkwoorden zijn gelinkt met hun vervoeging.


Werkwoorden die niet vermeld zijn:

zij die geen invloed hebben op andere zinsdelen.
zij die vergezeld worden van een gezegde.
zij die enkel een lijdend voorwerp in de accusatief hebben.



Navigatie Werkwoorden

aa   ba  d  ea  f  g  h  i  j  k  l  m 
ac  bi    er                 
au                       
                       
n  o  p  q  r  s  t  u  v  w  z   
                       



Werkwoorden aa - ab

Voorbeeld: "Er aalte sich in Schadenfreude bei Busches Abschied."

Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
aalen sich plaats
aasen mit
abarbeiten door arbeid delgen, afhandelen
- sich zich afsloven an (dat), für
abbauen afbouwen, ontginnen
in prestaties verzwakken tijd
- sich verzwakken
abbekommen krijgen von
gekwetst, beschadigd worden
abberufen terugroepen plaats
sterven, heengaan plaats
abbiegen een andere richting aannemen plaats
verhinderen
abbilden plaats
abbinden mit
abblasen wegblazen von
afgelasten wegen
abblenden afdekken, dimmen mit
filmvertoning beëindigen
abblitzen bei, mit
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abbringen von
abbröckeln von
abbürsten von
abdecken wegnemen, afschermen
toedekken mit
delgen durch, mit
abdichten   mit
abdrängen von, nach
abdrucken in (dat)
abdrücken wegduwen von
afklemmen jemandem
afschieten mit
afdruk maken in (dat)
- (sich) afdrukken von
abfahren afreizen, aftransporteren mit plaats
afdalen (ski) auf (dat)
begeesterd zijn auf (acc)
afgewezen worden, inspecteren, verbruiken, beginnen
door overrijden of benutten beschadigingen jemandem
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abfallen afvallen, overblijven, afnemen
als winst bekomen bei, für
geen lid meer zijn van von
neigen, naar onder bewegen richting
tegenvallen tegenover iets of iemand gegen, gegenüber
abfangen tegenhouden jemandem
opwachten
- (sich) onder controle brengen
abfärben auf (acc)
abfinden schadeloosstellen mit
- sich genoegen nemen mit
abfliegen wegvliegen plaats
aftransporteren met vliegtuig plaats
inspecteren
weggeslingerd worden (jemandem)
abfragen
abführen wegbrengen richting
afbrengen von
afbuigen, purgeren
betalen an (acc)
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abgeben afgeven plaats
een deel overlaten von jemandem
overlaten an (acc)
aan een lage prijs overlaten
afvuren auf (acc)
zich bezighouden met mit
abgehen afreizen, verstuurd worden plaats
verlaten
beëindigen, afzien van, afgetrokken worden van von, nach
afbuigen richting
gebeuren, afgaan
ontbreken jemandem
abgewinnen jemandem
abgewöhnen jemandem
abgleiten afglijden von, an (dat)
zwakker worden
afdwalen in (acc)
abgrasen afgrazen
afzoeken nach
abgrenzen begrenzen mit, durch, von
- sich zich distantiëren von
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 



 

Voorbeeld: "Kinder gucken ihre Eltern oft ab."

Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abgucken toekijkend van iemand iets leren jemandem
afkijken bei, von
abhaken loshaken von
van een haakje voorzien
abhalten weerhouden, beletten von
weghouden, uithouden, houden, organiseren
abhandeln afkopen jemandem
afpingelen von
een thema behandelen
abhängen besterven, laten uithangen
afhangen van von
abhängen afhaken, afkoppelen, achter zich laten
abhauen afhakken
afhouwen jemandem, sich (dat)
ervandoor gaan
abheben afnemen, geld opnemen
opstijgen
- sich zich aftekenen gegen, aus, in (dat)
- sich zich onderscheiden van von
wijzen op auf (acc)
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abhelfen verhelpen
abhetzen afjakkeren
- sich zich afjakkeren
abholen afhalen plaats
gevangennemen
abhorchen mit
abhören
abjagen afjakkeren
na langere inspanning afnemen jemandem
abkaufen jemandem
abkehren von
abklopfen afkloppen, dier liefkozen
bekloppen, onderzoeken nach
beproeven auf (acc)
abknöpfen losknopen
aftroggelen jemandem
abkommen von
abkoppeln loskoppelen von
losbinden
abkratzen afkrabben von
sterven an (dat)
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abkühlen afkoelen
- sich afkoelen
abladen afladen von
zich bevrijden van bei
beladen met auf (acc)
ablagern deponeren
- sich bezinken, afzetten plaats
ablassen aflaten
aflaten, ophouden von
ablaufen aflopen, uitlekken von
achtereenvolgend aflopen nach
ableiten in een andere richting leiden richting
afleiden aus, von
ablenken in een andere richting leiden richting
afleiden von
ablesen aflezen
voorlezen von
erkennen aan von, an (dat)
abliefern bei
ablösen losmaken, delgen von
aflossen
- sich zich afwisselen
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abmachen afnemen, verwijderen von
overeenkomen mit
klaren
abmelden afmelden bei, von
abnagen von
abnehmen verwijderen, afkopen, verlangen van iemand von jemandem
overnemen jemandem
goedkeuren, minderen
abnötigen jemandem
abnutzen (abnützen) afslijten
- sich verslijten
abonnieren (niet op!)
abplagen sich mit
abprallen plaats
abputzen afpoetsen, reinigen von
bij iemand reinigen jemandem
abquälen sich afsloven mit
- sich (dat) zich dwingen tot
abqualifizieren ongunstig beoordelen
- sich zich diskwalificeren durch
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 



 

Voorbeeld: "Ich würde dir vom geplanten Kauf abraten."

Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abraten von jemandem
abreagieren afreageren an (dat)
- sich zich afreageren an (dat)
abrechnen aftrekken von
afrekenen
ter verantwoording roepen mit
abreiben wegwrijven von
schoonwrijven jemandem
zich afdrogen sich (acc)
bij iemand iets afdrogen jemandem
afraspen
abreißen afscheuren von
afbreken
zich lossen, onderbroken worden
abringen jemandem
abrollen ontrollen von
wegrollen plaats
aflopen, verlopen
abrücken voortschuiven von
zich verwijderen, distantiëren von
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abrunden afronden auf (acc)
voleindigen
- sich een vaste vorm bekomen
absacken in zakken vullen
afzinken, dalen, verzwakken auf (acc)
absagen afzeggen (jemandem)
verzaken
absägen afzagen von
ontslaan
abscheiden afscheiden
- sich zich afscheiden
sterven
abscheuern wegschuren von
schurend reinigen, verslijten
afschuren jemandem
- sich verslijten
abschieben wegschuiven von
wegsturen plaats
abschirmen beschermen vor (dat), gegen
afschermen
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abschlagen wegslagen von
niet toestaan jemandem
afweren
- sich neerslaan, condenseren
abschleifen wegslijpen von
- sich wegslijten
abschließen afsluiten, beëindigen, afsluiten
scheiden von
- sich zich afzonderen von, gegen
abschnallen loskoppelen, loshaken jemandem
- sich ontgordelen
niet meer kunnen volgen
abschneiden afsnijden, isoleren von
verbieden, weg afsnijden
goed resultaat halen bei
abschnüren jemandem
abschöpfen von
abschotten von
abschrecken afbrengen van von
afkoelen
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abschreiben afschrift maken aus
afschrijven von, aus
schriftelijk afzeggen jemandem
financieel afschrijven, opgeven, door schrijven afslijten
- sich door schrijven afslijten
abschütteln afschudden, zich vrijmaken van von
afschweifen von
abschwören
absehen leren, overnemen jemandem
spieken, voorspellen
aflezen, lezen op an (dat) jemandem
afstand nemen, afzien van, aflezen van von
absetzen afnemen, neerzetten, afzetten, verkopen, stopzetten,financieel afschrijven
- sich zich afzetten, neerslaan, zich verwijderen
niet laten plaatsgrijpen, scheiden von
laten uitstijgen plaats
afsluiten mit
- sich zich afscheiden van von
absichern beveiligen, bewijzen mit, durch
- sich zich afschermen gegen
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 



 

Voorbeeld: "Ich habe mir den neuen PC vom Feriengeld abgespart."

Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
absparen von sich (dat)
abspeisen van voeding voorzien
afschepen mit
abspenstig machen jemandem
abspielen afspelen, spelen zonder ervaring, bal afgeven
- sich gebeuren
absprechen afspreken mit
- sich afspreken mit
ontzeggen, niet toekennen jemandem
abspringen von
abstammen von
abstatten jemandem
abstechen doden, afsteken, laten uitvloeien
zich onderscheiden von, gegen
abstehen von
absteigen afstijgen von
afdalen, logeren, degraderen plaats
abstellen neerzetten, voorlopig plaatsen plaats
in bewaring geven bei plaats
uitschakelen, sperren
oriënteren naar auf (acc)
een opdracht geven  für
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abstimmen ter stemming brengen über (acc)
afstemmen op auf (acc)
- sich afspreken mit
abstoßen afstoten von
- sich afstoten von
afslaan, afwerpen, goedkoop verkopen
abstreichen von
abstreifen verwijderen von
zuiveren sich (dat)
afzoeken
abstreiten loochenen
betwisten jemandem
abstützen stutten mit
- sich een steun vinden mit, von
absuchen verzamelen, plukken von
grondig doorzoeken nach
abtasten nach
abträglich sein jemandem
abtrennen scheiden van von
scheiden
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abtreten aftreden
verslijten
- sich versleten worden
afvegen sich (dat)
overdragen, afstaan aan auf (acc), an (acc)
abtrocknen droogwrijven sich (dat)
abverlangen jemandem
abwälzen auf (acc)
abwarten wachten op geen voorzetsel!
abwaschen (von)
abweichen losweken von
abweichen afwijken van, zich onderscheiden van von
abwickeln afwikkelen von
afhandelen. liquideren
abwischen wegvegen von
zuiveren
abzeichnen natekenen von
ondertekenen
- sich zich aftekenen tegenover gegen, von
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 
abziehen afrekken von
afpellen, aftrekken, op scherp zetten (granaat), slijpen, een negatief maken, verveelvuldigen, routinematig doorvoeren
overhevelen auf (acc)
schaven, binden (soep) mit
weggaan, wegtrekken, voluit afschieten
abzielen auf (acc)
abzweigen afbuigen, aftakken plaats
opzijleggen
abzwingen jemandem
Werkwoord  Betekenis  Acc  Gen  Dat  Voorzetsel  Bijzonderheden 



Navigatie Werkwoorden

aa   ba  d  ea  f  g  h  i  j  k  l  m 
ac  bi    er                 
au                       
                       
n  o  p  q  r  s  t  u  v  w  z   
                       



 

Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).